Ontwikkelpad

De gemeente heeft een plan gemaakt over de manier waarop en de volgorde waarin zij het integrale omgevingsplan opbouwt. De keuzes zijn in lijn met de strategische keuzes uit (onder meer) de ontwikkelstrategie.

Het ontwikkelpad is de route die u uitstippelt om van het omgevingsplan van rechtswege te komen naar het integrale omgevingsplan met de beoogde systematiek en structuur. Stap voor stap wordt het tijdelijk deel leger en het nieuwe deel voller. Richtinggevend voor het ontwikkelpad is de ontwikkelstrategie.

Belangrijke aandachtspunten:

1. Vullen juridische structuur met regels

We zien verschillende aanpakken van gemeenten om naar de gekozen systematiek en structuur toe te bewegen. Zoals het werken met een gepubliceerde regelbibliotheek met een minuscuul werkingsgebied (‘stoeptegelmethode’) of het gebiedsgericht oppakken en inrichten (‘olievlekmethode’). Ook zijn er gemeenten die werken met een generieke set aan regels en die willen gaan gebruiken in concrete wijzigingstrajecten, bijvoorbeeld per gebied of voormalig bestemmingsplan. Er lijken meerdere opties mogelijk. Heeft u al een keuze gemaakt over de wijze waarop u gaat opbouwen?

2. Volgorde van verwerken tijdelijk deel

Kiest u ervoor om eerst de bruidsschat te verwerken in het nieuwe deel? Of juist de verordeningen of de bestemmingsplannen? Let op: Voor het ontwikkelpad is ook van belang of u het tijdelijk deel zoveel mogelijk beleidsarm of juist beleidsrijk gaat verwerken en wat dat betekent voor de benodigde tijd (zie Ontwikkelstrategie, bij punt 4).

3. Wijzigen van de functionele structuur

Kiest u ervoor om te gaan werken met een andere functionele structuur dan de functionele structuur van de bruidsschat (zie ook Systematiek en structuur, bij punt 4)? Dan zult u moeten bedenken hoe u ‘overgaat’. Een ‘big bang’ zal een veelomvattende operatie zijn. Een stapsgewijze overgang met tijdelijk een hybride structuur als gevolg (zowel nieuw als oud ondersteunend) zal een tijdelijk complexe situatie geven bij de toepasbare regels, aanvraagformulieren en instellingen voor behandeldiensten en conceptverzoeken. Is dit een reden voor u om toch maar bij de huidige structuur te blijven?

4. Uitfaseren en verwerken TAM-omgevingsplannen en BOPA’s

Hoe en wanneer gaat u concreet de TAM-plannen uitfaseren? Dezelfde vraag geldt voor de BOPA’s die u in de beginperiode inzet als alternatief voor planwijzigingen. Dit vergt dat u uw wijzigingsproces in STOP/TPOD adequaat kunt doorlopen (zie Proces en procedures). En hoe en wanneer gaat u deze TAM-plannen en BOPA’s te zijner tijd verwerken in het integrale omgevingsplan? Anticipeert u al op deze verwerking in de TAM-plannen en de BOPA’s zelf?

5. Winkel openhouden

Gedurende de transitieperiode zullen er andere motieven zijn om het omgevingsplan te wijzigen die u ook wilt kunnen faciliteren. Denk aan gebiedsontwikkelingen, beleidsmatige ambities en beheertaken. Vergeet niet om die een plek te geven in uw ontwikkelpad of hier ruimte voor in te bouwen.

6. Tijdpad en omvang van wijzigingen

Bovenstaande punten (en wellicht meer) zult u willen uitzetten in de tijd (voor de bedrijfsmatige kant hiervan zie ook Planning en kostenraming). Daarbij horen ook de frequentie en de omvang van de wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan. Een optie is om te werken met veegrondes waarin u meerdere kleine en/of grote wijzigingen combineert in één besluit.

Tip: denk goed vooruit en voorkom dat u vastloopt in uw ontwikkelpad doordat uw wijzigingen niet stapelbaar zijn. Het gebruik van tussentijdse mijlpalen kan verstandig zijn om de vinger aan de pols te houden en te kunnen bijsturen. Hoe managet u de risico’s en onzekerheden (zie ook Beheersingsstrategie)?

7. Altijd een dekkend en consistent omgevingsplan

Hoe houdt u gedurende de hele transitie 2 systematieken in één plan juridisch correct, werkend in de keten en begrijpelijk? Dit vraagt veel zorgvuldigheid. Hulpmiddelen:

  • Tijdelijke hoofdstukken, paragrafen en bijlagen met elk een eigen doel kunnen helpend zijn in de ontwikkeling van het omgevingsplan. Zie ook Ontwikkelstrategie, onder punt 2.
  • In de eerste fase van de transitie is het vaak niet mogelijk om een regel uit een bestemmingsplan in zijn geheel te schrappen. Met voorrangsregels bewerkstelligt u dat een regel in steeds minder situaties of in minder gebieden betekenis toekomt. Dit maakt het mogelijk om in kleinere stappen zaken te verwerken. Let op: het werken met voorrangsregels luistert nauw!

Meer vanuit inhoudelijk perspectief bezien is hier relevant dat gemeenten moeten zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (‘ETFAL’; Ow art. 4.2 eerste lid). Dit impliceert dat u bij elk wijzigingsbesluit moet motiveren dat het omgevingsplan voldoet aan ETFAL. Dit is een belangrijke randvoorwaarde gedurende het hele ontwikkelpad en dwingt u ook om op de consistentie te letten.